Tussen twee systemen

Wanneer ik in 1992 door Albanië reis, bevindt het land zich midden in de overgang van een van de meest gesloten communistische regimes van Europa naar een samenleving waarvan de richting nog nauwelijks vastligt. Het oude systeem is ingestort, maar wat ervoor in de plaats moet komen is nog maar net zichtbaar.

De sporen van het communistische verleden zijn overal aanwezig. Duizenden bunkers liggen verspreid over het landschap, fabrieken en infrastructuur zijn sterk verouderd en monumenten herinneren aan een regime dat zichzelf decennialang als onaantastbaar presenteerde. Ik fotografeer mijnwerkers, textielarbeiders en staalarbeiders die verder werken in installaties die nauwelijks nog functioneren. Hun dagelijkse werkelijkheid staat ver af van de politieke omwenteling die zich op dat moment voltrekt.

Tegelijk verschijnt op straat iets nieuws. Mensen zetten geïmproviseerde kraampjes op en verkopen sigaretten, schoenen, huishoudelijke spullen en alles wat ze kunnen bemachtigen. Tussen de resten van een economie die vrijwel volledig door de staat werd gecontroleerd, ontstaat voorzichtig particulier initiatief.

Het is vooral die tegenstelling die me interesseert. Aan de ene kant een land waarin de fysieke en economische resten van het oude systeem nog overal aanwezig zijn, aan de andere kant mensen die proberen hun plaats te vinden in een samenleving waarvan de regels opnieuw worden geschreven.

Deze foto’s tonen geen afgerond hoofdstuk uit de Albanese geschiedenis. Ze zijn gemaakt op het ogenblik waarop het ene systeem verdwenen was en het volgende nog nauwelijks bestond. Juist daardoor vertellen ze vandaag misschien meer dan ik in 1992 kon vermoeden.