Over de collectieve graanschuren van de Imazighen

Tussen de Atlantische kust ten zuiden van Agadir en de Tafilalt strekt zich de Anti-Atlas uit. In het noorden wordt het gebergte begrensd door de Soussvallei, in het zuiden gaat het langzaam over in de Sahara. Het is een landschap van grillige bergen, rotsachtige hoogvlakten en diepe valleien, waarin water altijd bepalend is geweest voor wat mogelijk was. Grote delen zijn te droog voor landbouw. Alleen in het noordwesten valt voldoende regen om akkers aan te leggen, maar ook daar bleef een oogst afhankelijk van de voorjaarsregens. Een goed jaar kon worden gevolgd door verschillende jaren waarin nauwelijks voldoende graan werd binnengehaald.

Tijdens mijn reizen door de Anti-Atlas begon ik de gebouwen op te merken die verspreid in dat landschap liggen. Sommige staan midden in een dorp, andere op een heuvel of rotskam erboven. Van een afstand zijn ze soms nauwelijks van de berg te onderscheiden. Hoge muren zonder ramen, hoektorens en één zware toegangspoort geven sommige de aanblik van een kleine vesting. Het zijn igoudar, enkelvoud agadir, collectieve opslagschuren waarin Amazigh-gemeenschappen eeuwenlang hun oogsten en bezittingen bewaarden. Tussen 2010 en 2016 bezocht en documenteerde ik ongeveer honderdvijftig van deze gebouwen, verspreid over een groot deel van de Anti-Atlas.

Agadir Taourirt n-Brour, Ait Abdellah, noordwestelijke Anti Atlas, 2011
Agadir Taourirt n-Brour, Ait Abdellah, noordwestelijke Anti-Atlas, 2011

Een architectuur van onzekerheid

Hun ontstaan hangt samen met de omstandigheden waarin de gemeenschappen van de Anti-Atlas leefden. Niet alleen waren oogsten onzeker, ook veiligheid was dat lange tijd. Lokale stammen bevochten elkaar en nomadische groepen uit de Sahara trokken door het gebied. Tegelijkertijd kende de regio een lange geschiedenis van conflicten met het centrale gezag. Grote delen van de Anti-Atlas behoorden tot wat historisch Bilad al-Siba werd genoemd, gebieden waar het gezag van de sultan beperkt was en lokale stammen in belangrijke mate hun eigen politieke en juridische organisatie behielden. Pas in de eerste decennia van de twintigste eeuw werden deze gebieden geleidelijk onder het gezag van de Makhzen en vervolgens het Franse protectoraat gebracht.

In die wereld van onzekere oogsten en wisselende veiligheid ontwikkelden de igoudar zich tot een bijzondere vorm van collectieve architectuur. Gezinnen bewaarden er in de eerste plaats gerst, maar ook eigendomsakten, geld, zilver, juwelen, kleding en tapijten. Alles wat waarde had en veilig moest worden bewaard, kon achter de muren van de agadir worden ondergebracht.

Veel van de igoudar die vandaag nog bestaan zijn eeuwen oud. Sommige dateren uit de zestiende of zeventiende eeuw, maar de traditie zelf is waarschijnlijk aanzienlijk ouder. Mogelijk ontstonden de eerste vormen toen een deel van de bevolking nog een semi-nomadisch bestaan leidde. Waardevolle bezittingen en voorraden konden tijdens langere afwezigheden worden opgeslagen in natuurlijke grotten of andere beschutte plaatsen. Met de geleidelijke sedentarisering ontwikkelden deze opslagplaatsen zich tot permanente gebouwen en uiteindelijk tot het complexe instituut dat in grote delen van de Anti-Atlas voorkwam.

Igoudar in Morocco, agadir Talmodate, Ida Oukensous, Northwestern Anti Atlas, winter 2010
Agadir Talmodate, Ida Oukensous, noordwestelijke Anti-Atlas, 2010

Achter de muren

Wie door de zware toegangspoort van een agadir naar binnen gaat, komt dan ook niet eenvoudig in een graanschuur terecht. Achter de muren bevond zich een zorgvuldig georganiseerde wereld. Elke familie beschikte over een eigen opslagkamer die met een houten deur werd afgesloten. In veel igoudar liggen die kamers aan weerszijden van een smalle centrale gang, twee of drie verdiepingen hoog. Grote platte stenen steken uit de muren en vormen een eenvoudige trap naar de bovenste kamers. Het licht valt er slechts op enkele plaatsen binnen. Zelfs wanneer het buiten heet is, blijft het tussen de dikke muren koel en droog.

De agadir werd bewaakt en beheerd door een amin, die door een raad van notabelen voor een beperkte periode van één of enkele jaren werd aangesteld. Het was een functie met aanzien, maar ook met een grote verantwoordelijkheid. De amin woonde bij of in de agadir, hield toezicht op het gebouw en opende de poort op vastgestelde uren, meestal in de ochtend. Ook bij verschillende igoudar die hun oorspronkelijke functie grotendeels verloren hebben, bleef deze functie lange tijd bestaan.

De betekenis van de agadir ging echter veel verder dan bewaring en verdediging. De gebouwen hadden ook een sacrale status. Ze werden beschouwd als onaantastbare plaatsen, soms verbonden met de baraka, de zegenende kracht van een lokale heilige of marabout. Binnen de muren golden strikte regels. Diefstal, bedrog en geweld waren er verboden en sommige igoudar boden tijdelijk asiel aan mensen die bescherming zochten.

Hoe oud die sacrale betekenis precies is, valt moeilijk vast te stellen. Sommige tradities kunnen ouder zijn dan de islamisering van het gebied en later opgenomen zijn in een islamitisch kader. Ook het graan zelf had een bijzondere betekenis. In een samenleving waarin een oogst het verschil kon betekenen tussen overvloed en gebrek, was graan niet zomaar handelswaar maar de basis van het bestaan. Overeenkomsten werden daarom vaak in de agadir gesloten, onder de bescherming van de plaats. Veel igoudar hadden bovendien een kleine moskee. Bij het binnenbrengen van het graan kon ook de zakat worden afgezonderd, de religieuze verplichting een deel van het bezit voor behoeftigen te bestemmen.

Daardoor groeide de agadir uit tot veel meer dan een beveiligde opslagplaats. Economische, religieuze, juridische en politieke functies kwamen er samen. Er werden afspraken gemaakt over collectieve arbeid, geschillen beslecht en juridische akten opgesteld en bewaard. Dorps- of stamraden kwamen er bijeen. Sommige igoudar hanteerden eigen maten om graan te wegen en te verdelen. De regels die het gebruik van het gebouw en de verhouding tussen de families bepaalden, konden worden vastgelegd in een louh, een geschreven reglement dat soms generaties lang als juridisch referentiepunt bleef functioneren.

Igoudar in Morocco, agadir Talaat, Tasguedelt, Northwestern Anti Atlas, autumn 2011
Agadir Talaat, Tasguedelt, noordwestelijke Anti-Atlas, 2011

Een gebouw, verschillende vormen

Hoewel alle igoudar vanuit een vergelijkbaar principe ontstonden, kregen ze niet overal dezelfde vorm. Hun architectuur veranderde met het landschap, de bestaanswijze van de bewoners en de bedreigingen waarmee een gemeenschap rekening moest houden. Daardoor zijn binnen de Anti-Atlas verschillende duidelijke groepen te herkennen.

De grootste concentratie bevindt zich in de driehoek tussen Igherm, Aït Abdellah en Imi Mqourn, aan de noordwestelijke zijde van het gebergte. Hier werden veel igoudar niet door één dorp maar door een grotere stamgemeenschap gebouwd. Het zijn vaak indrukwekkende versterkte constructies op heuveltoppen, met hoge blinde muren, wachttorens en één zware poort. Binnen loopt meestal een centrale gang met aan weerszijden rijen opslagkamers boven elkaar. Rond het hoofdgebouw kon een tweede muur worden aangelegd, soms omgeven door velden met stekelige cactus die een bijkomende hindernis vormden. Bijgebouwen boden plaats aan de amin, dieren of een smidse, en in de omgeving werden waterreservoirs aangelegd.

Een belangrijke juridische referentie voor verschillende igoudar in deze streek was de louh van de agadir van Ajarif. Het gebouw zelf raakte in verval, maar de regels die er werden vastgelegd bleven veel langer doorwerken. Ze bepaalden niet alleen het gebruik van de opslagkamers, maar ook verantwoordelijkheden, straffen en de manier waarop het collectieve beheer georganiseerd werd.

Verder naar het oosten en zuiden, bij onder meer de Ida Oukensous, Issafen en Tagmout, verandert de architectuur. Landbouw werd er gecombineerd met het hoeden van schapen en geiten. De igoudar kregen er vaak een grote binnenplaats met opslagkamers langs de buitenmuren. In tijden van gevaar konden de kudden binnen de ommuring worden samengedreven. Veel van deze gebouwen liggen bovendien in of vlak naast een nederzetting. Het zijn eerder dorpsigoudar dan de geïsoleerde vestingen die verder naar het noordwesten voorkomen.

Agadir Ait Kin, Ida Ounidif, noordwestelijke Anti Atlas, 2010
Agadir Ait Kin, Ida Ounidif, noordwestelijke Anti-Atlas, 2010

Aan de zuidzijde van de Anti-Atlas verandert het beeld opnieuw. Hier ligt het gebergte open naar de Sahara en waren gemeenschappen kwetsbaarder voor strooptochten van nomadische groepen. Verschillende igoudar werden daarom gebouwd op hoge rotskliffen of moeilijk bereikbare bergkammen. Het terrein zelf werd onderdeel van de verdediging. Sommige gebouwen lijken van beneden bijna onbereikbaar en gaan door het gebruik van lokale steen volledig op in de rots waarop ze staan.

Een landschap van igoudar

Tijdens mijn tochten trof ik igoudar in zeer verschillende toestanden aan. Sommige waren verlaten en gedeeltelijk ingestort, andere werden onderhouden en een aantal was nog in gebruik. Tot ver in de twintigste eeuw bleven veel van deze opslagplaatsen functioneren. Dat had niet alleen met veiligheid te maken. De dikke muren, hoogte en natuurlijke ventilatie zorgden voor bijzonder goede omstandigheden om graan te bewaren. Gerst kon er vele jaren worden opgeslagen, een belangrijke eigenschap in een streek waar een goede oogst nooit vanzelfsprekend was.

Een deel van de igoudar verdween al tijdens de politieke en militaire veranderingen aan het begin van de twintigste eeuw. Omdat sommige opslagburchten nauw verbonden waren met de autonomie van lokale stammen, werden ze tijdens de uitbreiding van het centrale en koloniale gezag beschadigd of vernietigd. Later verloren veel gebouwen hun oorspronkelijke functie toen de veiligheid toenam, semi-nomadische groepen zich permanent vestigden en goederen op andere manieren konden worden opgeslagen.

Andere igoudar bleven bestaan omdat gemeenschappen ze bleven onderhouden of omdat ze een nieuwe betekenis kregen. Bekende voorbeelden zoals Id Aïssa en Tasguent worden bezocht en gerestaureerd, terwijl veel kleinere en afgelegen gebouwen nauwelijks bekend zijn buiten de dorpen waartoe ze behoren. Architecte en antropologe Salima Naji heeft jarenlang onderzoek verricht naar deze collectieve architectuur en samen met lokale gemeenschappen gewerkt aan het behoud en herstel ervan.

Toen ik in 2010 begon met het systematisch fotograferen van de igoudar kende ik slechts enkele van de bekende voorbeelden. In de jaren daarna groeide het project langzaam. Wegen eindigden in pistes, pistes in voetpaden en achter een bergkam bleek soms nog een gebouw te liggen dat op geen enkele kaart stond. Zo ontstond gaandeweg een fotografisch archief van ongeveer honderdvijftig igoudar, verspreid over verschillende delen van de Anti-Atlas.

Hoe meer gebouwen ik bezocht, hoe minder ik ze als afzonderlijke monumenten ging zien. De muren, torens, opslagkamers, binnenplaatsen, waterreservoirs en uitstekende stenen trappen vertellen samen iets over de gemeenschappen die ze bouwden. Hun vorm werd bepaald door het landschap waarin mensen leefden, door wat ze moesten bewaren en beschermen en door de afspraken die nodig waren om dat gezamenlijk te doen. Daardoor zijn de igoudar niet alleen opmerkelijke voorbeelden van architectuur. In steen, leem en hout bewaren ze ook het spoor van een samenleving die haar meest waardevolle bezit eeuwenlang achter dezelfde muren bijeenbracht.

Igoudar in Morocco, agadir Id Aissa, Ait Herbil, Southwestern Anti Atlas, autumn 2011
Agadir Id Aissa, Ait Herbil, zuidwestelijke Anti-Atlas, 2011

Tussen 2010 en 2016 bezocht en fotografeerde ik ongeveer honderdvijftig igoudar in de Anti-Atlas. Het volledige fotografische project is te bekijken in het archief van deze website.