Een landschap onder druk

In de lente van 2026 reis ik van Agadir naar Tafraoute en vandaar via Igherm naar Taroudant. Het is mijn eerste bezoek aan de Anti-Atlas sinds 2017, toen ik mijn fotografische werk rond de igoudar afrondde.

In die jaren had ik er veel gereisd en wat mij uit die periode bijbleef, was hoe sterk het landschap met de seizoenen veranderde. In het voorjaar kleurden valleien en terrassen groen. Amandelbomen stonden in bloei, arganbomen tekenden zich af tegen de droge hellingen en in de lager gelegen valleien vormden kleine palmoases groene linten door het landschap. Acht jaar later ziet dat landschap er anders uit.

Dorsvloer bij agadir n-Tsedmit, Ait Ouassou, noordwestelijke Anti Atlas, autumn 2011
Dorsvloer bij agadir n-Tsedmit, Ait Ouassou, noordwestelijke Anti-Atlas, 2011

Op veel plaatsen zijn amandelbomen verdwenen of afgestorven. Arganbomen staan er verzwakt bij. De vegetatie in de valleien is schraler geworden en ook de palmoases hebben het zichtbaar moeilijk. Misschien valt vooral op wat er niet meer is. Wie hier voor het eerst komt, ziet nog altijd een indrukwekkend en ruig landschap. Wie het van vroeger kent, ziet ook de leegtes.

Uit gesprekken met bewoners blijkt dat het niet om één uitzonderlijk droog jaar gaat. De regio leeft al jaren met een tekort aan neerslag. Regen valt bovendien onregelmatiger en soms in korte, hevige periodes, waardoor water snel afstroomt en nauwelijks de tijd krijgt om in de bodem door te dringen. De gevolgen daarvan zijn vooral zichtbaar op de landbouwterrassen, die in het voorjaar traditioneel met tarwe en gerst werden ingezaaid.

Tijdens deze reis lagen die terrassen op veel plaatsen braak. Slechts af en toe zag ik nog ingezaaide percelen, vooral op hoger gelegen gronden en in gebieden zoals Aït Abdellah en Iberkaken. Dat verandert niet alleen het landbouwgebruik, maar ook het beeld van de Anti-Atlas. De terrassen liggen er nog en de stenen muurtjes volgen nog altijd de contouren van de hellingen, maar steeds vaker ontbreekt het gewas waarvoor ze ooit werden aangelegd.

Nog opvallender is het vrijwel verdwijnen van de vijgencactus. Tijdens mijn vroegere reizen was die op veel plaatsen een vanzelfsprekend onderdeel van het landschap. De planten leverden vruchten, vormden levende perceelsgrenzen en groeiden als beschermende gordels rond dorpen en igoudar. In 2026 bleven op veel plaatsen alleen verdroogde resten over.

Anti-Atlas, Souk Tleta De Tasserirt, lente 2026
Anti-Atlas, Tafraoute, lente 2026
Anti-Atlas, Ida Ou Gnidif, lente 2026, een dode argane
Anti-Atlas, Tafraoute, lente 2026, resten van een vijgencactus

Hier ligt de oorzaak niet rechtstreeks bij de droogte. Sinds het midden van het vorige decennium wordt Marokko getroffen door Dactylopius opuntiae, een cochenilleluis die zich snel over de cactusbestanden heeft verspreid. Grote oppervlakten zijn daardoor verdwenen. Het verlies van één plantensoort lijkt misschien een detail in een uitgestrekt landschap, maar hier was de vijgencactus verweven met het dagelijkse gebruik ervan. Met de planten verdwenen tegelijk voedsel, perceelsafbakening, beschutting en voor sommige gezinnen een bron van inkomsten.

Droogte is in de Anti-Atlas niets nieuws. De dorpen, landbouwterrassen en traditionele systemen voor wateropslag en verdeling zijn juist ontstaan in een omgeving waar water altijd schaars en onzeker was. Mensen hebben hier eeuwenlang manieren ontwikkeld om binnen die grenzen te leven. Wat verandert, is niet het bestaan van droogte, maar de opeenvolging en duur van droge periodes. Hogere temperaturen vergroten de verdamping, terwijl neerslag onregelmatiger wordt. Daarbovenop komen verstoringen zoals het verdwijnen van de vijgencactus.

Het is die combinatie die het landschap kwetsbaar maakt. Een landbouwsysteem dat met weinig water kan functioneren, kan een droog jaar opvangen. Wanneer droge jaren elkaar blijven opvolgen en tegelijk een plant verdwijnt die verschillende functies binnen dat systeem vervulde, wordt aan meerdere kanten tegelijk aan die veerkracht geraakt.

Tijdens mijn vroegere reizen door de Anti-Atlas fotografeerde ik vooral de igoudar, de collectieve graanschuren die eeuwenlang een centrale rol speelden in het sociale en economische leven van de Amazighgemeenschappen. Ook toen waren veel ervan al buiten gebruik en vertelden ze over een samenleving die aan het veranderen was. Tijdens mijn terugkeer in 2026 zag ik dat ook het landschap rondom die gebouwen aan verandering onderhevig is.

Anti-Atlas, Ikounkane, lente 2026, dode arganes
Anti-Atlas, Ida Oukensous, lente 2026, een verdwijnende amandelboomgaard
Anti-Atlas, Iberkaken, lente 2026, gerstakkers
Anti-Atlas, Ida Oukensous, lente 2026
Anti-Atlas, Tafraoute, lente 2026 gezonde amandelbomen
Anti-Atlas, Ait Abdelah, lente 2006, braakliggende terassen

Hier ligt de oorzaak niet rechtstreeks bij de droogte. Sinds het midden van het vorige decennium wordt Marokko getroffen door Dactylopius opuntiae, een cochenilleluis die zich snel over de cactusbestanden heeft verspreid. Grote oppervlakten zijn daardoor verdwenen. Het verlies van één plantensoort lijkt misschien een detail in een uitgestrekt landschap, maar hier was de vijgencactus verweven met het dagelijkse gebruik ervan. Met de planten verdwenen tegelijk voedsel, perceelsafbakening, beschutting en voor sommige gezinnen een bron van inkomsten.

Droogte is in de Anti-Atlas niets nieuws. De dorpen, landbouwterrassen en traditionele systemen voor wateropslag en verdeling zijn juist ontstaan in een omgeving waar water altijd schaars en onzeker was. Mensen hebben hier eeuwenlang manieren ontwikkeld om binnen die grenzen te leven. Wat verandert, is niet het bestaan van droogte, maar de opeenvolging en duur van droge periodes. Hogere temperaturen vergroten de verdamping, terwijl neerslag onregelmatiger wordt. Daarbovenop komen verstoringen zoals het verdwijnen van de vijgencactus.

Het is die combinatie die het landschap kwetsbaar maakt. Een landbouwsysteem dat met weinig water kan functioneren, kan een droog jaar opvangen. Wanneer droge jaren elkaar blijven opvolgen en tegelijk een plant verdwijnt die verschillende functies binnen dat systeem vervulde, wordt aan meerdere kanten tegelijk aan die veerkracht geraakt.

Tijdens mijn vroegere reizen door de Anti-Atlas fotografeerde ik vooral de igoudar, de collectieve graanschuren die eeuwenlang een centrale rol speelden in het sociale en economische leven van de Amazighgemeenschappen. Ook toen waren veel ervan al buiten gebruik en vertelden ze over een samenleving die aan het veranderen was. Tijdens mijn terugkeer in 2026 zag ik dat ook het landschap rondom die gebouwen aan verandering onderhevig is.

Lees meer over de Anti-Atlas in Achter de muren van de agadir