Een reis door een berg in de Middellandse Zee
In 1988 zijn we eindelijk verlost van de middelbare schoolbanken en ligt ons plan klaar: met de rugzak naar Corsica, het avontuur tegemoet. Het komt er niet van. Moederlijke bezorgdheid en verhalen over struikrovers en het maquis doen ons uiteindelijk voor iets anders kiezen. We belanden met onze ouders in een all-inresort in Kroatië, wat achteraf bekeken ook niet verkeerd was.
Vijfendertig jaar later rijden we in Genua onze auto aan boord van de nachtboot naar Bastia. Sommige reisplannen hebben blijkbaar wat tijd nodig. Na een rustige nacht rollen we vroeg in de ochtend van de ferry. Het eiland waar we in 1988 naartoe wilden, ligt eindelijk voor ons.

Langs de kust van Cap Corse
Vanuit Bastia rijden we noordwaarts over de D80, de weg die rond Cap Corse loopt. Het schiereiland vormt de lange vinger die vanuit het noorden van Corsica de Ligurische Zee in wijst. De weg volgt vrijwel voortdurend de kust en slingert tussen zee en bergen.
In Bastia proeven we even de sfeer van de oude haven, maar we willen verder. Zodra we de stad achter ons laten, wordt duidelijk waarom we hier ooit naartoe wilden. Aan de ene kant liggen wijngaarden, olijfgaarden en maquis tegen de hellingen, aan de andere kant de zee. De weg volgt de grillige kustlijn en klimt geregeld hoog boven het water.
Onze eerste langere stop is Erbalunga. Rond de kleine haven staan oude stenen huizen dicht tegen elkaar en aan de ingang van het dorp staat de Genuese toren die sinds de zestiende eeuw over de kust waakt. We wandelen door de smalle straten en blijven langer hangen dan gepland.
Verder noordwaarts verandert het landschap voortdurend. We passeren Nonza, met zijn toren hoog boven zee, en rijden door naar Centuri, waar we aan de haven verse zeevruchten eten. Tussendoor stoppen we bij uitzichtpunten en kleine baaien. We picknicken op een strand, zwemmen in zee en rijden daarna verder.
Tegen de avond bereiken we Saint-Florent. Het stadje en de jachthaven zijn drukker dan waar we op dat moment behoefte aan hebben en daarom rijden we nog wat verder. Langs een rivier vinden we een rustige plek om de dag af te sluiten terwijl de zon achter de bergen verdwijnt.






Van de kust naar de bergen
Van Saint-Florent rijden we het binnenland in. Vrij snel komen we door de Agriates, een droog en open landschap van rotsen en maquis dat sterk contrasteert met de kust die we net hebben verlaten. We maken een omweg naar het strand van Saleccia, waar wit zand en helder water bijna onwerkelijk afsteken tegen het ruige landschap eromheen.
Daarna begint de weg te klimmen. De kust verdwijnt achter ons en Corsica wordt steeds nadrukkelijker een berglandschap. De wegen worden smaller, de hellingen steiler en boven de rotsen verschijnen de Corsicaanse dennen. Sommige groeien op plaatsen waar nauwelijks voldoende grond lijkt te zijn om een boom te dragen.
De Corsicaanse den is kenmerkend voor de bergbossen van het eiland en kan uitgroeien tot een indrukwekkende boom. De oude exemplaren die we onderweg zien, geven het landschap een heel ander karakter dan de mediterrane vegetatie langs de kust. Naarmate we Corte naderen, worden de bergen hoger en de valleien smaller.
In de Restonica-vallei besluiten we enkele dagen te blijven. Een smalle weg volgt de rivier steeds dieper de bergen in, tussen granieten wanden en oude dennenbossen. We maken halverwege de kloof kamp en trekken van daaruit te voet verder.
Onderweg volgen we de rivier langs natuurlijke poelen en watervallen. Op een rustige plek stoppen we voor de lunch en zwemmen we in het heldere, koude water. Daarna wandelen we verder tussen de granieten bergtoppen. Hier begrijp je goed waarom Corsica vaak een berg in zee wordt genoemd. De Middellandse Zee ligt niet ver weg, maar het landschap voelt volledig alpien.
De Restonica maakt deel uit van het Parc naturel régional de Corse en verschillende delen van de vallei zijn Europees beschermd. Toch zijn het tijdens het wandelen niet de beschermingsstatuten die indruk maken. Het zijn het water, het graniet en de oude dennen die bepalen hoe je deze plek ervaart.







Langzaam terug naar Bastia
Na enkele dagen in de bergen beginnen we aan de terugweg naar Bastia. We verlaten Corte via de Castagniccia, een streek van heuvels, kastanjebossen en kleine dorpen. Het landschap wordt zachter en groener. In Piedicroce en Penta-di-Casinca staan oude stenen huizen dicht tegen de hellingen.
Onderweg stoppen we bij de Pont d’Altiani voor een laatste duik in de rivier. Dichter bij Bastia bezoeken we Vescovato, waar we door de smalle straten wandelen en lunchen op het dorpsplein. Een uur later staan we opnieuw in de haven van Bastia.
In enkele dagen zijn we van de mediterrane kust van Cap Corse naar de bergen rond Corte gereden en via de kastanjebossen van het binnenland teruggekeerd. Die korte afstand tussen totaal verschillende landschappen is misschien wat mij het meest bijblijft. Zee, maquis, graniet, dennenbossen en bergdorpen liggen hier soms maar enkele uren van elkaar verwijderd.
Vijfendertig jaar nadat we voor het eerst plannen maakten om naar Corsica te reizen, begrijp ik eindelijk waarom het eiland ons toen al aantrok. Niet omdat één plek eruit springt, maar omdat alles zo dicht bij elkaar ligt. Je kunt ’s morgens langs de Middellandse Zee rijden en enkele uren later tussen granieten bergtoppen wandelen.
Ons oorspronkelijke plan uit 1988 zag er ongetwijfeld anders uit. We zouden met rugzakken onderweg zijn geweest, met veel minder comfort en waarschijnlijk veel meer tijd. Maar sommige plekken verdwijnen niet uit je hoofd omdat een reis niet doorgaat. Ze blijven ergens wachten.
Corsica heeft daar vijfendertig jaar op gewacht. Wij blijkbaar ook.



